Daktuinen in Amsterdam – van pionieren naar integraal daklandschap

Na 15 jaar bezig te zijn met het vergroenen van de bovenstad is een belangrijke conclusie: het is niet makkelijk om een daktuin te maken in Amsterdam. Los van de technische, logistieke en financiële uitdagingen zorgt het huidige beleid, of het gebrek hieraan, voor een enorme rem op de ontwikkeling van een groen en klimaatadaptief integraal daklandschap.

Toch staat het portfolio op onze website vol met prachtige daktuinen die de afgelopen 15 jaar zijn gerealiseerd. Het betrof hier de pioniers, de early adapters die bereid waren om risico’s te nemen om hun dakdroom (vaak buiten de regelgeving om) te realiseren. Inmiddels is de ontwikkeling van daktuinen in de bestaande stad tot stilstand gekomen. De afgelopen 5 jaar zijn alle gespecialiseerde bedrijven zoals bijvoorbeeld dakterras.nl, Scottish Crown en Rooflife gestopt met het vergroenen van de bestaande stad vanwege de toegenomen complexiteit en risico’s. Een analyse van de satellietbeelden leert ons dat er in 15 jaar tijd geen significante vergroening heeft opgetreden op de daken de bestaande stad. De stroom pioniers is reeds lange tijd opgedroogd. Het is nu aan de vroege meerderheid om de weg naar het dak te vinden, maar die route is in veel gevallen ongewis en onaantrekkelijk. De huidige situatie wordt mooi geïllustreerd door het volgende voorbeeld:

Beste Dakdokters,

Bedankt dat jullie de tijd hebben genomen om ons te ontmoeten. We zijn dol op jullie website en Instagram-foto’s – het klinkt allemaal zo geweldig. We zouden bereid zijn om 50 tot 60000 euro uit te geven als we een dakterras met tuin konden krijgen zoals de foto’s op jullie sociale media. Tijdens de vergadering kwam echter naar voren dat we op ons adres (in Stadsdeel Zuid) slechts 30% van ons dak zouden mogen gebruiken. En de hekken zouden meer dan 1 meter van de buren af ​​moeten staan, en slechts 1,2 m hoog, en we zouden geen enkele constructie mogen bouwen, zoals een kleine overdekte schuilplaats voor het trappenhuis – laat staan ​​iets om wasgoed of dingen droog te houden. Dat is enorm teleurstellend. We zouden al het geld en de moeite erin steken als we een dakterras met tuin zoals op jullie foto’s konden maken… maar het klinkt alsof het voor al dat geld, voor alle vergunningen die we van de overheid en VVE zouden moeten krijgen, voor alle tijd die het zou kosten… een klein plekje zou zijn dat niet erg nuttig zou zijn. Als deze regels ooit veranderen, zouden we dolgraag een echte daktuin willen. Wij vinden dat Amsterdam groene daken, blauwgroene daken en daktuinen zou moeten aanmoedigen. Ons zwarte dak doet niemand goed op dit moment, maar met de huidige overheidsregels is er geen manier om ons dak zo te maken dat deze goed is voor het klimaat en we er tegelijkertijd van kunnen genieten.

Het moge duidelijk zijn. De huidige regelgeving werkt verlammend. De regelgeving verschilt per stadsdeel en lijkt gericht op het voorkomen van zichtbaarheid vanuit de publieke ruimte, het verminderen van overlast en het voorkomen van privacy problemen. De regelgeving komt vanuit goede intenties, gelet op het voorbeeld uit Stadsdeel West, waar maximaal 50% van het totaal beschikbare platte dakoppervlak mag worden gebruikt om ruimte te laten voor toekomstige (duurzame) ontwikkeling.

De voorwaarde dat maximaal 50% van het (totaal beschikbare) platte dakoppervlak mag worden gebruikt voor een dakterras is nieuw ten opzichte van het voorheen gevoerde beleid. Bij het stellen van deze nieuwe voorwaarde is van belang dat de daken in de stad kansen bieden voor (toekomstig) meervoudig ruimtegebruik.

Het een logische gedachte om ruimte te laten voor duurzame ontwikkelingen in de toekomst, maar hier wordt voorbij gegaan aan het feit dat een multifunctioneel dak gestapeld kan worden uitgevoerd: een polderdak (blauw), met daarop een daktuin (groen) die deels gebruikt kan worden (rood) gecombineerd met energieopwekking (geel).

Gelet op de verschenen visie van de gemeente over een Integraal Daklandschap is duidelijk dat er geen gebrek is aan ambitie is er. Bewoners van de stad staan te trappelen om hun handen uit de mouwen steken en te investeren in de vergroenen van de stad. Op dit moment wordt echter de uitvoering van deze ambities in de kiem gesmoord door het huidige beleid.

Wat moet er gebeuren?

  1. Om dakeigenaren te ondersteunen moet er stads-breed eenduidige regelgeving komen die het duurzaam gebruik van het dak stimuleert (binnen gestelde kaders) in plaats van ontmoedigt.
  2. We moeten stoppen met de term dakterras. Niemand zit te wachten op meer dakterrassen. We streven naar een multifunctioneel daklandschap dat waterberging, groen, energieopwekking combineert met gebruik. De term daktuin past veel beter bij deze ambitie. Bijkomende voordeel is dat er geen onderscheid hoeft te worden gemaakt ten opzichte van groene daken. Dit zijn immers ook (extensieve) daktuinen.
  3. Dakeigenaren hebben begeleiding nodig om hun droom te realiseren. Dit kan door het instellen van een dakregisseur of dakburgemeester die medieert en plooien straktrekt.
  4. De aanvraag omgevingsvergunning biedt de gemeente een uitgelezen kans om haar duurzaamheidsambities te realiseren. Voorbeelden hiervan zijn eisen met betrekking tot een minimale hoeveelheid (inheems) groen, waterberging of maatregelen op het gebied van Natuur Inclusief Bouwen. Door dit toetsingsmoment anders in te richten kan het als katalysator werken voor verduurzaming van het daklandschap.

Terugkijkend op de afgelopen 15 jaar kunnen we als stad trots zijn op de transitie die we hebben gemaakt in de nieuwe stad. De hemelwaterverordening is een krachtige katalysator gebleken voor het klimaatadaptief inrichten en vergroenen van nieuwe ontwikkelingen. Het grootste deel van de stad bestaat echter al en een vergelijkbare ontwikkeling in de bestaande stad is vooralsnog uitgebleven. Er ligt een geweldige kans om dit wel te doen. We hopen over 15 jaar uit te kunnen kijken over een groene en klimaatadaptieve stad.